Gedachten
Reageer

Vieze mama

Broodtrommels: zoek.
Gymtas: vergeten.
Huiswerk: was dat voor vandaag?!

De eerste week ging het goed, dat wel.
Maar aan alle goede dingen komt een eind.

De tweede dag van de tweede schoolweek loopt het spaak.

Eén kind is in tranen, het andere vertrekt geïrriteerd naar gymles – een half uur voor school überhaupt opengaat. Ze kan blijkbaar niet wachten om ons verre van vredige huis te verlaten.

Ik ben inmiddels ook in alle staten – en het is pas vijf over acht.

Dan maak ik de denkfout die iedere bijna-te-laatkomer altijd maakt.
Ik denk: als we nu opschieten, zijn we alsnog op tijd – en ik geloof het ook nog.

Ik dirigeer de zevenjarige richting kapstok en schoenen; dan is dat alvast geregeld, en kunnen we zo direct de deur uit.
Zelf ren ik gejaagd door het huis: gymkleren pluk ik uit de vuile-wasstappel, reserve-broodtrommels duikel ik op uit bijna in onbruik-geraakte keukenkastjes, huiswerkmappen haal ik van verre zolderkamers. 
Mijn haar kammen? Dat komt dan straks wel – eerst die kinderen naar school. Idem voor tandenpoetsen. Bovendien: wie kom ik nou helemaal tegen, ’s ochtends om half negen? Precies.

De tijd tikt door, het is tien over acht: ik dender de trap af.

De zevenjarige kijkt op van haar Donald Duck en groet me allerhartelijkst; haar schoenen en jas zijn in geen velden of wegen te bekennen.

*$@#^*!SCHUTTINGWOORD!*^#@$*

Om een lang verhaal kort te maken (en wat versgevormde kindertraumaatjes over te slaan) – we zijn nét op tijd op school.

Ik schuif de jongste, met twee verschillende schoenen aan haar voeten, tussen de dichtslaande deur door en spurt naar het gymlokaal.
Daar zit de oudste, weggestopt in een hoekje van de koude gymzaal, in een veel te bloot hemdje en een geleende joggingbroek.

Ze doet of ze me niet ziet.

De gymleraar ziet me wel, net als de hulpgymleraar en haar 28 klasgenoten; die moeder met dat verfrommelde gezicht en dat ontplofte haar. Gelukkig zijn ze te ver weg om me te ruiken.

Op commando van de meester komt ze toch maar naar me toe.

Ze grist haar gymtas uit mijn hand, en samen lopen we naar de kleedkamer.
Ze keurt me verder geen blik, laat staan een wóórd, waardig.
Schamelijk, dat ben ik overduidelijk – niet echt een moeder om mee te showen.

Toch ben ik blij. 
Blij omdat het toch maar weer gelukt is, zo goed als.

Dat de kinderen, gekamd, gepoetst en gekleed op school zijn – bijna op tijd, ook nog.
Ik haal opgelucht adem.
En om de ongezellige start van de dag af te sluiten, trek ik haar naar me toe en geef haar een klapzoen op haar wang.

“Getver mam, je stinkt uit je mond!” schalt het door de verlaten kleedkamer. “Heb je je tanden niet gepoetst ofzo?”

Haar woorden hotelenbotelen de trap af, richting de gymleraar, zijn hulpje en haar 28 pré-puberale klasgenoten. 
Daar sta je dan, met je goede bedoelingen.

“Wacht maar tot je later zélf kinderen hebt!” denk ik.

Ik zeg het niet hardop, natuurlijk.
Dat moet ze helemaal zelf weten, of ze later überhaupt kinderen wil – no pressure.

 

 

 

 

Comments

comments

In categorie: Gedachten

door

Diana van Ewijk is, naast officieel Soephoofd, ook kapitein van het #KliekjesCollectief en social mediamanager in #BlueCity010. Een storyteller met de focus op foodwaste!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *