Karma. Over ongekraakte huisjes in de ochtendspits.

column diana van ewijk

Alles zat al de hele dag tegen – en het was pas half acht.
Ik had knallende koppijn, mijn pillen waren op, mijn havermout brandde aan, de kleuter wilde vlechten – of nee, toch nietof jawel, toch welof neetóch een hoge knot. Nee, twéé hoge knotten.

De negenjarige herinnerde zich, vier minuten voor we de deur uitmoesten, dat ze toch echt haar schoenen nog moest poetsen. En ‘O ja’, riep de man tussendoor: ‘De schoonmaakster komt vandaag.’ – en of ik nog cash had, soms.

Ik keek rond in mijn ontplofte keuken.

Mijn portemonnee was nergens te bekennen.
Mijn fietssleutel trouwens ook niet – net zo min als mijn goede humeur. Maar goed, dat was al vanaf het moment dat ik opstond nergens te bekennen.

Ik besloot de boel de boel te laten en racete het huis uit.

Ik racete naar school, de kinderen half-gekamd en slechtgepoetst in mijn kielzog.
Ik racete naar de apotheek, de bank en terug naar huis.

Ik racete bijna over een slak heen.

Een huisjesslak.
Als ik iets niet aan kan, op zo’n toch al droeve ochtend, is het wel een gekraakt huisje.

Ik ging, middenin de idioot drukke ochtendspits, bovenop de rem staan,

keerde mijn fiets en redde de slak, vlak voor hij verpletterd zou worden door een al net zo gehaaste kudde fietsforenzen, van een wisse dood, zette hem in de bladrijke berm en vervolgde mijn dollemanstocht.

Eenmaal terug in mijn eigen gekraakte huisje brak ik een ontbijtbord en sneed me aan de scherven.

Karma is a bitch.

En toch, ergens in een Rotterdamse berm, knaagt een intacte huisjesslak aan een frisgroen blaadje. Dat maakt deze dag, zelfs in retrospectief, net iets minder droef.

 

 

Comments

comments

4 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *