Sartriaans schaatsen

IMG_4849.JPG

Gisteren was ik in de hel. De winterhel. Ik ging er vrijwillig heen en betaalde bovendien grif 40 euro om er binnen te komen.

‘De hel, dan zijn de anderen’, schreef Jean-Paul Sartre al.

In dit geval waren het inderdaad anderen – anderen met scherpe ijzers onder hun voeten.

Gisteren was ik namelijk, met vijf kinderen in mijn kielzog, op de schaatsbaan.

Een enorme schaatsbaan*, speciaal voor kinderen en kromschaatsers, van wel 800 vierkante meter, met een aparte 400-meterbaan, speciaal voor snelle Jelles, ernaast. Ruimte zat, zou je denken.
Helaas waren er nog circa 79.993 mensen op het idee gekomen om eens fijn te gaan schaatsen.

Waar je ook keek: er stond een rij.

Een rij voor de kassa’s, een rij voor de toegangspoortjes, een rij voor het schaatsverhuurloket, een rij voor de koek, een rij voor de zopie, een rij voor de WC’s, een rij voor kinderschaatsbaan én een rij voor de 400-meterbaan.

En waar rijen zijn, zijn voorkruipers.

Mensen die zo mini zijn, dat ze niet begrijpen dat al die mensen achter elkaar een rij vormen, en dat je achteraan moet gaan staan als je nodig moet plassen – ja, óók als je vier bent.
Mensen die je niet eens zien staan, met je bijna-middelbare hoofd, omdat ze zestien zijn en de wereld, ergens in de diepte, aan hun voeten ligt.
Mensen die denken: “Weet je wat, ik doe gewoon of ik gek ben”, hun ene bil terloops in de rij wrikken en achteloos de andere kant opkijkend hun andere bil ernaast schuiven.

Ik háát voorkruipers.

Maar goed, ook aan eindeloze rijen komt een einde.
Alleen bracht dat einde geen verlichting, want:

aan het eind van iedere eindeloze rij bleek ik steevast iets paraat te moeten hebben dat geen enkel weldenkend mens meeneemt naar de schaatsbaan.

Een identiteitsbewijs bij de schaatsverhuur – of een versgestreken briefje van 50, natuurlijk.
Toiletpapier bij de WC’s – plus een luchtverfrisser omdat je kind weigert op een riekend toilet plaats te nemen.
Een geladen pinpas bij de koek – en bij de zopie.

Alle andere 79.993 mensen hadden wél van te voren de website gecheckt, bleek.

Mijn eindeloos zoeken-in-tassen-en-zakken naar een bepasfoto’d pasje/verdwaalde zakdoek/pinpas waar nog wél geld op stond, viel daarom niet in goede aarde bij de mensen achter mij. Ook niet bij de kassadames en -heren, trouwens. En niet bij de vijf kinderen naast me, vreemd genoeg.

Afijn, veel gemopper, gefrons en afkeurend ge-ahem later stonden we dan eindelijk op de schaatsbaan.

Een schaatsbaan die was vergeven van wankelend grut.
Vierjarigen, langstollend op vlijmscherp geslepen schaatsjes.
Achtjarigen, de armen in elkaar gehaakt melig achter elkaar aansliertend, fungerend als een menselijke bezemwagen.
Elfjarigen, kriskras over het ijs stuntend achter de olijke oranje dolfijntjes die eigenlijk als schaatshulp voor de allerkleinsten waren bedoeld.
Geen probleem, want die allerkleinsten zaten hoog en droog op de arm van hun vaders die op enorme noren, alle andere kinderen genadeloos omverkegelend, showden dat ze ‘het heus nog wel heel hard konden’, hoor, dat schaatsen.

Twee zenuwslopende uren later waren mijn kinderen uitgeschaatst.

Druipend van het smeltwater en bibberend van de kou stonden we vervolgens in de rij voor het loket waar we onze schaatsen weer in mochten leveren. Tussen de voorkruipers en de dwarsdoorstekers, de brullende peuters en gillende pubers, de met selfie-stick bewapende vriendinnengroepen en de in gele hesjes gestoken BSO-kindjes.

Tussen al die anderen die ik, godzijdank, bijna ging verlaten.

Dat de rij voor het schaatsen-inleverloket drie kwartier duurde, nam ik zonder morren op de koop toe.

De hel, dat is een schaatsbaan met 79.993 anderen.

 

 

*) Begrijp me niet verkeerd: het is een fantastische schaatsbaan. Alleen niet voor mij, op drukke dagen. Ik probeer het ergens op een dinsdagochtend in januari nog wel een keer…

Comments

comments

4 Comments

  1. heldin zonder medaille, dat is wat je bent. Het is een complot, het is een hoeveel-kan-een-moeder-hebben-test. Je bent geslaagd!
    Weer fijn geschreven, Diana, heb er weer van genoten.
    Een hele fijne laatste dag van het jaar,
    En voor volgend jaar: veel inspiratie voor twittercolumns, blogblabla en fijne gesprekken op de schoolstoep.

  2. Pingback: Verwijderstress. Of: hoe ik 803 foto-momenten weggooide.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *