Deze zomer onderzocht ik mijn praktijk als Useful Art Educator verder. Ik had een opdracht: een ondernemingsplan schrijven. En ik had een verzameling interesses, vragen en werkvormen die elkaar steeds raakten. De hamvraag: hoe vallen die samen én kan ik er mijn brood als kunstenaar/-docent mee verdienen?
Op zo’n vraag geeft mijn hoofd een miljoen antwoorden. Minstens. Ik verdween dus in menig konijnenhol. Gelukkig had het laatste semester op de kunstacademie me al op een spoor gezet: Useful Art Education.
Useful Art: wat kun je met kunst doen?

Een vraag die steeds terugkwam was: ‘Wat kan kunst eigenlijk dóen?’. Kunst kan iets mogelijk maken: een gesprek, een handeling, een onderzoek of een ontmoeting.
Vanuit die gedachte keek ik opnieuw naar kunsteducatie. Wat gebeurt er als ik bij een kunstwerk in de openbare ruimte een opdracht aanbied waarmee iemand iets kan onderzoeken – in plaats van dat ik als ‘expert’ iets vertel over dat werk?
Daaruit vlamde ook mijn belangstelling voor het script weer op: korte opdrachten die je op weg helpen, zonder vooraf te bepalen waar je moet uitkomen.
Zo’n script geeft een kader, maar laat ook ruimte voor toeval. Dit idee werd in mijn vorig jaar aangereikt door wolf engelen, een in Rotterdam gevestigde kunstenaar en één van mijn docenten aan de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving aan de Willem de Kooning Academie.
Van kunst in de openbare ruimte naar walking art

Tijdens het lezen over wandelen kwam ik terecht bij walking art. Rebecca Solnits Wanderlust was een belangrijke bron. Ik raakte érg geïnteresseerd in wandelen als manier van kijken, denken en onderzoeken. Ook de geschiedenis van de flâneur en de kritiek daarop is interessant: wie kan zich vrij door een stad bewegen?
Daarnaast onderzocht ik de dérive van de Situationisten en verschillende hedendaagse walking practices. Zo ontstond het idee van een verdwaalgids: een verzameling aanwijzingen waarmee je zelf een plek onderzoekt. Ik verzamelde vervolgens veel voorbeelden van kunstenaars die met zulke wandelopdrachten werken.
Scripts, scores en prompts

Een groot deel van mijn onderzoek ging uiteindelijk over de vraag hoe je zo’n wandeling vormgeeft.
Ik las onder andere Elastic City: Prompts for Participatory Walks van de in NewYork gevestigde kunstenaar Todd Shalom. Hij richtte Elastic City op, dat participatieve wandelingen als artistieke vorm ontwikkelde. Daarin vormen de wandeling en de handelingen van de deelnemers samen het kunstwerk.
Shalom werkt met korte prompts. Hij adviseert om een plek eerst zelf te onderzoeken, routes meerdere keren te lopen, opdrachten te testen en steeds te vragen waarom een bepaalde prompt precies op een bepaalde plek wordt uitgevoerd. Ook benadrukt hij dat opdrachten ruimte moeten laten voor de reactie van deelnemers.
Daarnaast verzamelde ik tientallen wandelprompts. Ik kwam opdrachten tegen waarin mensen geluid volgen, een schaduw tekenen, tekst verzamelen, anders naar architectuur kijken, de grond onderzoeken of hun route door toeval laten bepalen.
Zintuiglijk wandelen

Een volgende lijn in mijn onderzoek was sensory walking. Via onder andere Sarah Pink, Ellen Mueller en verschillende sensory mapping-methodes onderzocht ik hoe je tijdens het wandelen bewuster gebruik kunt maken van zien, horen, voelen, ruiken en proeven.
Bij Sarah Pink vond ik vooral interessant dat zintuigen niet los van elkaar werken. Zo kan een geluid veranderen hoe je naar een plek kijkt. Kan de ondergrond je tempo veranderen. Je lichaam reageert voortdurend op de omgeving waarin je loopt. Dat raakt ook aan psychogeografie: wat doet een plek met hoe je je voelt en beweegt? Waar blijf je staan? Welke geur roept iets op? Welk geluid trekt je ergens naartoe?
Dat koppelde ik vervolgens aan een persoonlijke onderzoeksvraag die deelnemers tijdens een wandeling kunnen meenemen. De wandeling als manier om materiaal te verzamelen: waarnemingen, associaties, woorden, beelden en gedachten. Om zo anders naar die vraag te kunnen kijken,
De Brandgrens: mijn eerste dwaalwandeling

Ondertussen begon ik de Brandgrens in Rotterdam zelf meerdere keren te lopen. Eerst gebruikte ik de bestaande wandelroute. Daarna merkte ik dat de historische brandgrens, de markeringen in de straat en de route uit het wandelboekje niet overal precies samenvallen. Dat vond ik interessant.
Ik begon bewust van de route af te wijken wanneer een andere weg me meer trok. Bijvoorbeeld om langs het skatepark op de Westblaak te lopen. Tijdens die wandelingen begon ik steeds meer andere dingen te zien: architectuur, onverwachte kunst in de openbare ruimte, resten van oud Rotterdam, nieuwbouw, verkeersstromen, planten, geluiden… details waar je gemakkelijk aan voorbijloopt.

Langzaam werd de Brandgrens mijn eerste concrete vorm voor Dwalen door de stad.
De Brandgrensroute is een 12 kilometer lange wandeling over de grens langs het in mei 1940 gebombardeerde en uitgebrande deel van Rotterdam. De route is gemarkeerd met 385 lichtpuntjes in de grond.
Maar: mijn dwaalwandeling gaat niet over die historische context. Deelnemers wandelen met hun zintuigen, krijgen artistieke opdrachten en laten zich leiden door wat ze onderweg tegenkomen. Zo wordt de stad zelf onderzoeksmateriaal.
En ondertussen bleef ik ook maken

Naast het wandelen bleef ik deze zomer zelf tekenen, werken met batik op papier en collage. Op een gegeven moment zag ik een overeenkomst tussen dat maakproces en het wandelen.
Bij toevalstekenen begin je met iets wat je niet onder controle hebt.Je kijkt wat er verschijnt en reageert daarop. Bij een dwaalwandeling gebeurt iets vergelijkbaars. Je legt vooraf niet vast waar je uit wil komen. Je reageert op wat je onderweg tegenkomt.
In oude aantekeningen over mijn freelancepraktijk ontdekte ik bovendien dat ik al eerder met die combinatie bezig was: het script als kader voor dwalen en toeval als manier om iets onverwachts te laten ontstaan. Toen begon mijn zomeronderzoek helder te worden.
Voorlopige tussenstand

Na al dat lezen, wandelen, maken en verzamelen zie ik op dit moment vijf dingen die steeds terugkomen in mijn praktijk: plezier, kleine maakvormen, toeval, dwalen en het script.
Daaruit zijn twee duidelijke richtingen ontstaan.
- Dwalen door te maken: werken met toevalstekenen, SoulCollage en scripts,
- Dwalen door de stad: wandelen met je zintuigen, scores en wat je onderweg tegenkomt.
Wat beide vormen gemeen hebben, is dat je vooraf niet precies weet waar je uitkomt. En: in beide gevallen is er wél een kader. Bij het maken is dat een techniek. Bij het wandelen een route. Binnen dat kader blijft ruimte voor toeval en voor wat iemand zelf opmerkt.
Het Useful Art-gedeelte wordt voor mij ondertussen ook concreter. Ik wil niet alleen betaalde workshops of wandelingen begeleiden (want: wie sluit je dan uit?), maar ook gratis tools maken waarmee mensen zelf aan de slag kunnen.
In mijn logboek schreef ik het uiteindelijk zo op: Ik ontwerp voorwaarden om te kunnen dwalen. En dat is voor nu een goede tussenstand.
Wat ik nog wil onderzoeken

Tegelijkertijd zijn er nog genoeg vragen. Hoeveel sturing heeft een goede score nodig? Wanneer geeft een script vrijheid en wanneer is het te dwingend?
Ik wil ook onderzoeken hoe toegankelijk walking practices zijn. Wie voelt zich vrij om te dwalen? Voor wie is de openbare ruimte minder vanzelfsprekend veilig of toegankelijk? Hoe ga ik daarmee om?
Daarnaast wil ik mijn verzameling scripts en prompts verder onderzoeken en vooral testen. Op papier kan een opdracht interessant klinken, maar uiteindelijk wil ik weten wat er gebeurt wanneer echte mensen ermee door een echte stad bewegen.
Dat is misschien een belangrijke opbrengst van deze zomer: ik hoef niet al mijn interesses in één groot systeem onder te brengen. Ook hierin mag ik vertragen. Loslaten. Accepteren: sommige dingen horen bij elkaar. Andere bestaan naast elkaar, zonder zichtbare logica.
Het onderzoek gaat verder. Maar het heeft inmiddels wel geleid tot een duidelijker beeld van mijn praktijk, een ondernemingsplan én tot twee concrete vormen waarin ik ermee naar buiten kan. Hoera!

Dit is nummer vier in een serie wekelijkse essays over het onderzoek naar mijn artistieke praktijk. Elk essay is voorzien van een beeld dat ik in 7 dagen maakte. Lees deel 3 hier.

