Gedachten

Kijken, kijken – tot er iets terugkijkt

Als iets me fascineert, wil ik er ook mee aan de slag. Nú. Zo ook met batik. Maar ja: niet makkelijk om aan te komen, hoor, die batikspullen. En ook niet per se heel betaalbaar.

Mijn innerlijke criticus oreerde over hoeveel materiaal ik al heb. Over dat mijn studio helemaal niet zo groot is. Over vindingrijk zijn. En dus googlede ik me suf. En kocht ik groot formaat aquarel-papier, en, na lang speuren, vijf soorten lijm.

Lijm in alle soorten en maten!

Lijm? Ja! Want met lijm kun je een batik-effect creëren. Lijm druppelt, net als hete was. Dus daar kun je mee tekeningen. Dan schilderen: waar de lijm zit pakt de verf niet. Vervolgens kun je die lijm verwijderen in warm water. En blijven er witte plekken en lijnen over. Nep-batik, dus. Een stuk toegankelijker en betaalbaarder. Wat ik een leuk idee vond, omdat ik er dan ook op school mee zou kunnen werken.

Maar eerst zelf proberen! En dus werkte ik afgelopen week aan een schilderij.

Geen idee, zeven dagen, zeven lagen

Juli/4, Laag 2

Ik begon met een leeg wit vel. Zeven dagen lang voegde ik elke dat een nieuwe laag toe. Ik werkte met lijm en maskeervloeistof voor de witte lijnen. En met alchololinkt, acrylinkt, aquarelkrijt, aquarelpotlood, gellypens en fineliners. Daarbij had ik geen plan; ik liet me leiden door wat er onder mijn handen ontstond. Hier lees je over dat proces van toevalstekenen.

Wat onderweg zichtbaar werd

Het was geen makkelijk proces. Of eigenlijk: het viel me tegen. Mijn eerdere toevalstekeningen, zoals de SchaduwCirkels, maakte ik in hooguit twee dagen en twee lagen.

In deze schildering werd pas bij de vierde laag – ik had al gellypen, aqaurelkrijt en aquarelpotlood toegevoegd – duidelijk wat er in gezien wilde worden. Figuren. En een heleboel, ook nog! Maar wie zijn dat? En wat willen ze? Dat ontdekte ik gaandeweg. Alleen het figuurtje rechtsonder was direct duidelijk: mijn schaduwkant.

Juli / 4: kijken tot er iets (of iemand) terugkijkt

Toen de figuurtjes zich eenmaal hadden laten zien, kon ik het werk afmaken. In laag 5 wanhoopte ik even (het papier raakte ernstig beschadigd en ik verloor daarbij heel veel mooie plekken in het werk). Maar in laag 6 en 7 viel alles op zijn plek.

Een week vol aandacht – verdeeld over heel veel verschillende dingen… of niet?

Als ik niet keek, zocht of tekende, las ik. Over de geschiedenis van wandelen (lees hier mijn reflectie op Wanderlust van Rebecca Solnit), over Situationist International. In beide onderwerpen kwam hetzelfde thema bovendrijven: aandacht. En vertraging. Ook het onverwachte speelde steeds een rol. De dérive van de Situationisten draait om het openstaan voor wat een stad met je doet wanneer je zonder vast doel gaat dwalen.

En ik luisterde: naar een interview met Malique Mohamud, die het (onder veel meer) sprak over de kracht van het informele. Naar een interview met Zineb Zegrouchni, die het (onder veel meer ook weer) had over het belang van je verzetten tegen commodification van (je) kunst. Naar een interview met Sabine Bolk over de toekomst van batik. En naar deze podcast over Situationist International – ook over o.a. het belang van je verzetten tegen commodification en elitism – maar hoe dan? Ik voel een connectie tussen dit alles – maar ik heb ‘m nog lang niet helder.

Toeval bestaat niet

Wat ik deze week leerde, tijdens al het lezen, luisteren, zoeken in vlekken en verfijnen van lagen? Dat ik nog even laag voor laag mag blijven werken. Dat ik mag kijken, en blijven kijken, tot er iets terugkijkt. Vertragen, Van Ewijk!


Dit is nummer twee in een serie wekelijkse essays over het onderzoek naar mijn artistieke praktijk. Elk essay is voorzien van een beeld dat ik in 7 dagen maakte. Lees deel 1 hier.

Comments

comments