Zines enzo

Zines als werkvorm: klein, deelbaar en van jezelf

Ik werk graag met zines als werkvorm. Een zine is klein, goedkoop en makkelijk zelf te maken. Je kunt erin tekenen, schrijven, knippen, plakken en beelden verzamelen. Daarna kun je hem kopiëren, uitdelen, ergens neerleggen of meenemen. Dat maakt een zine voor mij heel bruikbaar in kunsteducatie en community art. Je maakt iets zichtbaar, bepaalt zelf wat je wilt vertellen en kunt het daarna letterlijk aan iemand anders geven.

Een kleine vorm met een lange geschiedenis

Tijdens de Harlem Renaissance gebruikten zwarte schrijvers en kunstenaars al onafhankelijke tijdschriften en kleine publicaties om hun eigen werk te verspreiden. Zo konden ze zelf bepalen welke verhalen ze vertelden en een publiek bereiken buiten de witte uitgeverswereld. Later werd zelf publiceren belangrijk binnen onder andere sciencefiction fans, punk en riot grrrl. Steeds opnieuw zie je hetzelfde principe terug: mensen maken zelf een publicatie omdat ze iets willen zeggen, laten zien of verspreiden.

Dat spreekt me aan. Een zine geeft de maker zeggenschap over inhoud, vorm en publiek.

Zines als werkvorm

In mijn lessen en workshops gebruik ik zines graag om mensen te helpen iets te onderzoeken en vast te leggen.

De opdracht schrijf een verslag vraagt vooral om woorden. Een zine geeft meer ingangen. Je kunt een herinnering tekenen, een foto verknippen, een zin groot maken, iets wegstrepen, twee beelden naast elkaar zetten of een pagina helemaal zwart maken. Tijdens het maken ontdek je soms pas wat je eigenlijk wilt vertellen.

Ook het idee van een lezer vind ik belangrijk. Voor wie maak je dit? Wat wil je dat diegene ziet, weet of begrijpt? Daarmee krijgt een leerling of deelnemer een andere rol. Je voert niet alleen een opdracht uit. Je wordt maker en verteller. Jij bepaalt wat het verhaal wordt.

Daar schreef ik ook over in mijn artikel voor Kunstzone, over zines, zichtbaarheid en leerlingen die zich niet vanzelf uitspreken. Lees het artikel voor Kunstzone

Van mini-zine tot community-zine

Ik gebruik zines op verschillende manieren. Bij Dwalen op papier krijgt iedere deelnemer een mini-zine mee met de stappen van de werkwijze. Zo kun je thuis opnieuw beginnen.Tijdens Dwalen door de stad gebruik je een werkboekzine om onderweg woorden, tekeningen en waarnemingen te verzamelen.

In het Bollenpandje in Bospolder-Tussendijken maak ik samen met bewoners een community-zine. De verschillende groepen in het pand leggen daarin vast wat ze doen, meemaken en willen doorgeven. Zo groeit er een gezamenlijk logboek van de plek. Het maken zelf zorgt ook voor gesprek: wat vinden we belangrijk genoeg om vast te leggen? Wat willen we laten zien? Wie vertelt het verhaal?

Naast zines gebruik ik ook kaarten, posters, promptkaarten en werkboekjes. Ik kies steeds een vorm die bij de vraag en de betrokken mensen past.

Klein genoeg om door te geven

Dat sluit aan bij hoe ik Useful Art begrijp. Ik maak graag iets waar mensen daadwerkelijk mee verder kunnen. Een zine kun je opnieuw kopiëren. Een set promptkaarten kun je bij een volgende bijeenkomst weer op tafel leggen. Een werkboekje kan iemand meenemen. Een poster kan in een raam hangen en een gesprek beginnen.

Korter gezegd: ik maak mijn werkvormen zo eenvoudig mogelijk, zoda ze gebruikt, aangepast en doorgegeven kunnen worden.

Zelf aan de slag met zines?

Lees Zine maken? Daarom doe je dat! als je zelf wilt beginnen, of mijn artikel voor Kunstzone over zines in het kunstonderwijs.

Werk je bij een organisatie, school of community en wil je onderzoeken hoe een zine, poster, kaartenset of andere kleine maakvorm bij jullie vraag kan passen? Bekijk dan Useful Art op maat.