De afgelopen drie jaar veranderde tekenen voor mij van een manier om mezelf door angstaanvallen heen te helpen in een artistieke praktijk. Via toevalstekenen, SchaduwCirkels, comics, zines, community art en batik kwam ik steeds dichter bij waar het mij eigenlijk om gaat: vertragen, goed kijken, verhalen maken en delen.
Dit is de tussenstand. Over hoe al die losse interesses langzaam bij elkaar blijken te horen. En over de nieuwe richting die zich inmiddels aandient: wandelen, Useful Art en vrolijk verzet.
Een paar jaar geleden ging het helemaal niet goed met me. Er waren thuis allerlei problemen geweest. Die had ik op zich het hoofd weten te bieden, maar toen een van die problemen opnieuw de kop opstak, stortte ik in. Compleet.

Ik had veel angstaanvallen, kon daardoor niet meer werken. Ik sliep ontzettend slecht (want ’s nachts gingen die angstaanvallen gewoon door). Ik furfde niet meer naar buiten. Ik ging op zoek naar hulp, maar he: wachtlijsten. En dus zat ik hele dagen thuis met mijn demonen.

Om mezelf te reguleren, begon ik met intuïtief tekenen: wanneer ik angst voelde opkomen, pakte ik mijn schetsboekje, tekende een willekeurige kronkel op de lege pagina, en zocht in die kronkel een verhaal. Dat hielp me kalmeren.
Na een paar weken binnenzitten, durfde ik met deze techniek weer naar buiten. Schetsboekje en etuitje mee, en zodra een angstaanval de kop opstak, hup, het eerste het beste cafeetje in, thee bestellen en tekenen. Dat hielp me de eerste maanden door.

Ik onderzocht andere manieren van intuïtief tekenen. Zentangle. Markmaking. Nat-in-nat. Blotto. Ik bedacht de term toevalstekenen, ontwikkelde een ritueel en richtte een club op zodat ik dit samen met anderen kon doen: Het Teken & Vertraag Verbond.
Ook tijdens de bijeenkomsten van het Teken & Vertraag Verbond had ik heel regelmatig angstaanvallen. Maar door samen dat ritueel te doorlopen, kon ik mezelf steeds beter en sneller reguleren.
Leren van anderen: Tekentaal…

Grappig hoe dat gaat: mijn interesse in intuïtief tekenen zette me op het spoor van twee opleidingen. De eerste: Tekentaal, van José te Hennepe. José leerde me mijn tekeningen te lezen en zo mezelf beter te begrijpen. Ook leerde ik bij haar ook weer om kleur te gebruiken; iets wat ik al tientallen jaren niet meer deed.
De kennis en technieken die ik bij José leerde, gaf ik door in het Teken & Vertraag Verbond. Ik vond bijna vanzelf een ruimte waarin ik de wekelijkse sessies kon geven, en zo groeide het clubje.
… en SoulCollage

Inmiddels was ook de therapie gestart. Maar omdat ik daar lang op had moeten wachten (hallo, wachtlijst in de overbelaste zorg) was ik begonnen met IFS, bij de fantastische Wisse Tanis in Arnhem. En dat zette me op het spoor van SoulCollage. Ook daarin volgde ik een opleiding, bij Lucy Schaaphok. En ook die techniek deelde ik in tijdens de bijeenkomsten van het Teken & Vertraag Verbond.
Langzaam maar zeker beter
Het Teken en Vertraag Verbond groeide. De situatie thuis werd helderder. Mijn angstaanvallen namen, heel langzaam maar toch, af. Ik had een dagelijks ritueel voor mezelf gecreëerd, en daarmee, achteraf bezien, een artistieke praktijk.

Ik startte een 100 dagen project: SchaduwCirkels. 100 dagen, dat is de tijd die een emotionele verandering vraagt, volgens de acupuncturist waar ik inmiddels bij op tafel was beland. In die 100 dagen ging ik op zoek naar een nog onbekend einde. Ik onderzocht hoe ik, d.m.v. intuïtief tekenen, ongemakkelijke gevoelens kon voelen én constructief uiten. Zodat ze zouden bijdragen aan een gezondere, prettige relatie met de ander – in plaats van dat ze daar afbreuk aan zouden doen.
Wat zijn SchaduwCirkels?

SchaduwCirkels zijn een soort intuïtieve mandala’s. Je maakt met aquarelkrijt een cirkel, vult die met kleuren, vloeit daar water over heen waardoor je tekening uitvloeit, en giet vervolgens, in die nog natte verf, acrylinkt. In die inktvlekken zoek je datgene (het verhaal, of in IFS-termen: het deel) dat die dag sterk aanwezig is in jou. Dat letterlijk op de kaart gezet wil worden.
Tot slot had ik een aantal vragen ontwikkeld waarmee ik vragen aan de tekening kon stellen. Zo bouwde ik een heel archief op.

Met die dagelijkse SchaduwCirkels onderzocht ik hoe ik mijn ongemakkelijke emoties kon voelen en ervaren. Boosheid, verdriet, angst, schuld, schaamte, teleurstelling – al die emoties die ik liever niet in mijn leven heb.

In die 100 dagen (waarin ik dus bijna 100 SchaduwCirkels maakte!), ontstond het idee ze te exposeren. Tijdens de vernissage op 1 december 2024, en tijdens de finissage, twee maanden later op 1 februari 2025, begeleidde ik de bezoekers die dat wilden in het maken van hun eigen SchaduwCirkel.
Rond die tijd rondde ik mijn therapie af. En besloot ik vrij te nemen van het harde werken aan mezelf. Om plezier weer voorop te zetten. En kunst te maken zonder vragenformulieren.
Maken, gewoon, omdat het goed voelt
In die twee maanden dat de expositie er was, gebeurde er veel. Ik verdiepte me in de Griekse mythologie, las Women who run with the wolves, combineerde SoulCollage met toevalstekenen, omarmde de perimenopauze met al haar fluctuerende emoties… en ontmoette de Napolitaan.
Ik solliciteerde op een baan als kunstdocent, werd aangenomen. Vlak na het afbreken van de expositie werd ik ten huwelijk gevraagd in Napels. Weer zes maanden later startte ik met de opleiding DBKV (Docent Beeldende Kunst en Vormgeving) aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.

Ik leerde allerlei nieuwe dingen, ontwikkelde lessen waarin ik de toevalstechnieken uit het Teken & Vertraag Verbond toepaste, (zoals deze: Karakterkop, die je kunt downloaden!).

Tussendoor pakte ik ook het striptekenen weer op, geïnspireerd door Lynda Barry (all time fav!) en Adam Ming’s Ten Minute Visual Journal Method, als dagelijkse oefening in even stilstaan bij alles.

En ik ontwikkelde vooral mijn visie als kunstenaar/docent: kunst is wat mij betreft niet een doel op zich, maar een manier om aandachtig te kijken, betekenis te geven en samen nieuwe mogelijkheden te verbeelden. Ik maakte kennis met Arte Util en noem mijzelf nu een Useful Art Educator.
Useful Art Educator

Als kunstenaar en docent ontwerp ik graag de voorwaarden waarin mensen kunnen onderzoeken, maken, elkaar ontmoeten en zichzelf én hun omgeving opnieuw leren zien. Zo kan kunst helpen om te verbeelden, te verbinden en uiteindelijk te veranderen.
Gaandeweg herontdekte ik ook de zine. Een klein, goedkoop boekje dat je kunt vouwen uit één A4’tje. Juist die eenvoud, en die beperking, spreekt me aan. Een zine hoeft niet perfect te zijn. Het is een manier om gedachten te ordenen, iets vast te leggen en verhalen te delen.
Van daaruit begon ik ook andere kleine maakvormen te onderzoeken: stickers, kaarten, posters en mini-zines. Vormen die je gemakkelijk kunt maken, kopiëren en verspreiden. Kunst als gereedschap om gesprekken te openen.

Die zoektocht bracht me bij het Bollenpandje in Bospolder-Tussendijken. Daar ontwikkel ik samen met bewoners community zines: kleine publicaties waarin groepen hun activiteiten, herinneringen en plannen zichtbaar maken. Niet ik vertel het verhaal, maar de bewoners zelf. Mijn rol is vooral om de voorwaarden te ontwerpen waarin dat kan gebeuren.
Kunst als beginpunt
Als ik nu terugkijk op de afgelopen jaren, zie ik in die verzameling ogenschijnlijk losse interesses – intuïtief tekenen, TekenTaal, SoulCollage, comics, zines, community art en sinds kort wandelen en batik – die langzaam naar elkaar toe groeien.
Ik zie dat ze eigenlijk allemaal om hetzelfde draaien: voorwaarden scheppen waarin mensen, inclusief ikzelf, kunnen vertragen, onderzoeken en opnieuw leren kijken.
Kunst als beginpunt. Een manier om te verbeelden, te verbinden en uiteindelijk ook iets in beweging te brengen; iets te veranderen.
De immer terugkerende vraag
Eén vraag blijft terugkomen. Hoe kan ik toevalstekenen verbinden met verhalen vertellen? Hoe maak je vanuit een toevallige vlek, een opeenvolging van beelden die samen betekenis krijgen?

Een paar weken geleden maakte ik kennis met batik. Het werken in lagen, verspreid over meerdere dagen, vertraagde mijn maakproces nog verder. Elke nieuwe laag veranderde wat er al was, zonder dat ik precies wist waar het uit zou komen. De figuren ontstaan niet uit een vooraf bedacht plan, maar dienen zich gaandeweg aan.
Batik voelt daardoor als een natuurlijke uitbreiding van het toevalstekenen: nog steeds onderzoekend, maar met meer ruimte voor tijd, gelaagdheid en onverwachte verbanden.
In dit schilderij komen veel van die lijnen voor het eerst samen. Toevalstekenen. SchaduwCirkels. Sequential art. En mijn zoektocht naar een kunstpraktijk waarin het ontwerpen van voorwaarden waarin een verhaal langzaam zichtbaar mag worden centraal staat.
Vijf fases
Terugkijkend zie ik vijf duidelijke fases in mijn ontwikkeling de afgelopen jaren:
- Toevalstekenen – kunst als zelfregulatie.
- SchaduwCirkels – kunst als onderzoek naar emoties.
- Comics en zines – visual storytelling
- Useful Art & community – kunst als gedeelde praktijk (zines, Bollenpandje).
- Batik & sequential art – kunst als langzaam, gelaagd verhaal.
Walking as Artistic Practice
Deze zomer kwam daar een nieuwe interesse bij: walking as artistic practice. Ik ben er, as we speak, bergen boeken, essays en studies over aan het lezen.
Uit Rebecca Solnit’s ‘Wanderlust’ bleef vooral hangen dat wandelen een manier kan zijn om te kijken, denken en onderzoeken. Je loopt langzaam genoeg om dingen op te merken waar je anders misschien aan voorbij zou snellen. Daar zit ene interessante overlap met toevalstekenen. Ook daar weet ik vooraf niet waar ik uitkom. Ik begin, kijk wat er gebeurt en ga daarmee verder.
Ik lees over psychogeografie, de flaneur, de dérive en kunstenaars die regels bedenken voor een wandeling. Dat vind ik interessant. Wat gebeurt er als je eens niet je vaste route neemt? Waar blijf je staan? Wat valt je op? Wat loop je voorbij? En wat gebeurt er als tien mensen door dezelfde straat lopen en daarna tien verschillende wandelingen blijken te hebben gemaakt? Daar wil ik meer mee.
Vrolijk verzet
Tegelijkertijd denk ik veel na over vrolijk verzet. Voor mijn opleiding schreef ik een essay over de vraag wat ik als kunstenaar kan doen in een wereld waarin nogal veel aan de hand is, zonder mezelf daarbij uit te putten.
Ik zoek dat steeds meer in kleine dingen. Samen iets maken. Eten. Lachen. Samen een zine met jullie gedeelde verhalen verspreiden. Tijd nemen. Rondlopen zonder haast. Goed kijken. Nieuwsgierig blijven. Plezier maken.
Dat zijn ook manieren om niet mee te gaan in altijd sneller, meer en efficiënter.
En zo komen mijn interesses opnieuw bij elkaar: vertragen, kijken, maken, delen. En onderzoeken wat er gebeurt als je dat samen met anderen doet.
Waar dat precies naartoe wandelt? Geen idee nog. En dat is maar goed ook.

