Vrolijk verzet? Graag! Het systeem werkt niet. Het neoliberale, kapitalistische, koloniale denken is tot in elke vezel van ons bestaan doorgedrongen. Het leven is duur en onoverzichtelijk, en overal dreigt crisis. Van woningmarkt tot klimaat, om van oorlog nog maar te zwijgen.
Ook bij mij loopt de druk op, als te dik, bruin vrouwtje van 50, dat als zij-instromer in het onderwijs een veeleisende baan combineert met een uitdagende studie. Maar wat doe je eraan? Grote vormen van verzet voelen voor mij te traag, te moeizaam en te veel. Ik ben al zo druk.
Mijn vraag is daarom: wat kan ík doen, zonder mezelf uit te putten? Daarvoor moet ik kijken naar wie ik ben. Naar mijn kwaliteiten en beperkingen. Naar wat ik nog te leren heb. Naar waar mijn energie zit en waar mijn grenzen liggen.
Ik ben kunstenaar, kunstdocent en competent twijfelaar. Ik kan vragen stellen, verbeelden wat nog niet zichtbaar is, en werkvormen ontwerpen waarin mensen samen kijken, maken en betekenis geven. Daar ligt mijn kracht. En mijn handelingsruimte.
Ik kan bijdragen op kleine schaal, met kleine groepen. Kunsteducatie als manier om te verbeelden, verbinden en samen verandering ten goede in gang te zetten. Niet omdat het móet, maar omdat we willen. Als vrolijk verzet. Juist omdat het leven steeds zwaarder voelt. Het Bollenpandje, in BoTu, is mijn oefenruimte. Maar daarover later meer.
Nuttige kunst, is dat niet heel erg neoliberaal?
Op de kunstacademie werd mij Arte Útil aangereikt: nuttige kunst die sociale verandering in gang zet. Verbonden aan Tania Bruguera zette Arte Útil mijn idee van kunst op zijn kop. De toeschouwer als gebruiker. De kunstenaar als initiator en mede-maker. De waarde zit in hoe het werkt in de echte wereld, niet in hoe het eruitziet.
John Byrne noemt het Useful Art. Hij legt de nadruk op gebruikswaarde, hyperlokale praktijk en verzet tegen de neoliberale bezetting van onze ruimte, energie en levens. Dat helpt mij, want het woord useful schuurt. Nuttig klinkt al snel efficiënt, meetbaar en rendabel. Hoe neoliberaal wil je het hebben?
Maar Useful Art doelt op iets anders. Niet productief voor het systeem. Wel bruikbaar. Gemeenschappelijk. Kunst als middel om mensen te helpen vertragen, herinneren, verbeelden, verbinden en samen een andere mogelijkheid te zien.
Vrolijk verzet
In OneWorld lees ik in een interview met Lotte van Eijk over vrolijk verzet tegen het oprukkend fascisme. Dat sluit aan bij Byrnes oproep om te leven vanuit creativiteit, als vorm van verzet. En bij adrienne maree brown’s pleasure activism: het idee dat de wereld veranderen niet per se zwaar hoeft te zijn. Tricia Hersey’s Nap Ministry voegt daar rust aan toe, als verzet tegen het idee van je lichaam als machine die moet blijven presteren.
Wat dit voor mij samenbrengt: plezier is geen bijzaak, en rust is geen luxe. Samen eten, lachen, maken en rusten zijn vormen van micro-verzet. Om levenskracht te beschermen in een systeem dat mensen uitput.
Samen schokbestendig
Ik geloof dat de meeste mensen deugen. Ik geniet van het leven in Rotterdam, met zijn 174 verschillende nationaliteiten. Ik wil bijdragen aan zelfkennis en veerkracht. Niet: red jezelf, wees sterker, hou vol. Wel: leer jezelf kennen, zodat je als jezelf kunt verschijnen in contact met anderen. Zodat je samen plezier kunt maken, herstellen en nieuwe vormen kunt vinden.
Dat bedoel ik met samen schokbestendig worden. Leren hoe we elkaar kunnen vasthouden als het schuurt. Daar ligt mijn fascinatie voor Useful Art. En daar begint ook mijn leerproces.
Ik heb geleerd op een andere dan gangbare manier te denken, aan te voelen hoe iemand erbij zit, te verbeelden wat nog niet zichtbaar is, en verschillende waarheden naast elkaar te dragen. Dat noem ik competent twijfelen: niet blijven hangen in onzekerheid, maar ruimte houden voor wat ik nog niet weet.
Voor een Useful Art Educator is dat belangrijk. Ik wil werkvormen maken die ontstaan uit luisteren, aftasten en samen betekenis geven. Dat begint met een open gesprek. Mijn leerpunt is dat ik die ruimte niet moet maken ten koste van mijzelf. Ik mag mijn grenzen beschermen, mijn energie bewaken, weten wanneer het goed genoeg is en loslaten in plaats van dichttimmeren.
Het Bollenpandje als oefenplek
Het Bollenpandje is een zelfgeorganiseerde plek in Bospolder-Tussendijken, waar mensen al jaren oefenen met het delen van ruimte, tijd, zorg en verantwoordelijkheid. Er wordt samen gekookt en gegeten, gebreid, films gekeken, muziek gemaakt en verhalen uitgewisseld. Het is het thuis van Tijdbank en Brotherhood. Ongeveer 50 mensen hebben een sleutel van de voordeur. Het is soms rommelig, altijd levendig en bij momenten ook kwetsbaar.
Het is een democratie in het klein, met terugkerende vragen als: wie heeft toegang? Wie spreekt? Wie luistert? Wie voelt zich eigenaar? Wie maakt schoon?
Hoe maak je democratie zichtbaar?
Ximena Dávalos, initiatiefnemer, vroeg: “Hoe kunnen we de democratische werking van deze plek zichtbaar maken en verstevigen?” Mijn voorstel: een maandelijks logboek dat we verspreiden als zine. Een vorm die de plek helpt zichzelf beter te begrijpen. En die mensen van buiten helpt de waarde van het Bollenpandje te zien, mee te doen of de plek te steunen.
De vorm is toegankelijk: een zwart-wit kopieerbaar A3 dat wordt teruggevouwen naar een zine. De pagina’s worden gemaakt door de verschillende groepen van het Bollenpandje. Mijn rol is om te helpen verbeelden. Wat doet jullie groep? Wat gebeurde er deze maand? Wat willen jullie doorgeven?
De zin van het zine
Een zine past bij Useful Art omdat het goedkoop te reproduceren is. Er is geen expertise voor nodig, geen dure apparatuur. Het kan volledig analoog gemaakt worden.
In het Bollenpandje is het zine een logboek. Het maakproces, eens per maand met zijn allen aan de grote tafel, zorgt voor gesprek, uitwisseling van ervaringen en nieuwe ideeën. Het is een democratisch hulpmiddel, een collectief geheugen en een uitnodiging voor vrolijk verzet in één. Bovendien leren deelnemers hoe ze hun ideeën kunnen verbeelden en verspreiden.
En het is een tegenvorm. Het tekenen, schrijven, prutsen, plakken, knippen en vouwen herovert gemeenschappelijke aandacht en tijd op het neo-liberale systeem van altijd maar druk.
De kunstenaar als aanreiker
De Useful Art Educator is een aanreiker. Iemand die werkvormen ontwikkelt waarmee anderen hun verhaal kunnen ordenen, delen en doorgeven. Iemand die kan starten, meedoen en weer uitstappen.
Voor mijn eigen praktijk vertaal ik Useful Art daarom naar een aantal vragen. Begin ik waar ik ben? Werk ik met wat er al is? Maak ik iets dat gebruikt kan worden? Bescherm ik aandacht, plezier en rust? Laat ik iets achter dat ook zonder mij bruikbaar is?
Die vragen werk ik verder uit in mijn eigen manifest voor Useful Art Education. Voor nu helpen ze mij vooral om mijn positie te bepalen.
Ik, Useful Art Educator, in vrolijk verzet
Useful Art is voor mij kunst die zich klein genoeg maakt om gebruikt te worden. En die prettig genoeg voelt om ermee door te gaan. Niet per se rendabel, wel verbindend. Niet altijd efficiënt, wel plezierig. Vrolijk klein verzet. Als bijdrage aan samen schokbestendig worden.
Mijn werk in het Bollenpandje laat zien dat democratie ook klein en alledaags is. Eén tafel. Vijftig sleutels. Gedeelde tijd en aandacht. Het zine-logboek maakt die werking zichtbaar, verstevigt die. Simpelweg door groepen zelf te laten tonen wat zij doen, wat zij bijdragen en wat zij willen doorgeven.
Ik heb zin om verder te onderzoeken: hoe voorkom ik uitputting van middelen, ideeën en energie? Hoe geef ik ‘plezier’ een plek, zonder zware dingen weg te poetsen? Kortom: hoe draag ik duurzaam bij aan verandering ten goede?
Bronnen
- Asociación de Arte Útil. (z.d.). About Arte Útil. https://arte-util.org/about/
- brown, a. m. (2019). Pleasure activism: The politics of feeling good. AK Press.
- Byrne, J. (2026). Useful art: How activist artists can change the world. Manchester University Press.
- Hersey, T. (2022). Rest is resistance: A manifesto. Little, Brown Spark.
- OneWorld. (2026). [Artikel/interview met Lotte van Eijk over vrolijk verzet]. OneWorld Magazine: Lees je bewust. [juni 2026]

