Gedachten

Weekwerk #6: De Duif van je dromen is even onvindbaar

Afgelopen week was de eerste werkweek op school, maar nog even zonder leerlingen. Lokaal inrichten, lesplanningen maken, startvergadering – van die dingen. Het was even soort van rustig landen in het leven na de zomervakantie.

Om dat leven goed af te sluiten ging ik afgelopen weekend naar Antwerpen met een aantal medestudenten aan de Willem de Kooning Academie. Ik mocht hen uit (ver)dwalen sturen. En daar begint dit weekverslag mee.

Weekwerk #6: parsemage, comix en een klein beetje blotto

Proefwandelen op een regenachtige zondagochtend in Antwerpen

Daar stond ik dan. Met drie medestudenten en, heel professioneel, een zakje duivenvoer. Want dat was één van de belangrijkste lessen uit de vorige test met de artistieke wandeling ‘De duif van je dromen’: voer meenemen. Anders komen ze niet.

Ik had dus een zak zonnebloempitten bij me. Maar hoe we ook strooiden: geen duiven. En ik had nog wel gegoogled naar ‘het meest duivenrijke plein van Berchem.’

Dat vond ik in eerste instantie lastig. Ik begon koortsachtig allerlei oplossingen te verzinnen. Zette me schrap voor kritiek. Maar dat bleek niet nodig.

Want B., R. en J. bedachten alle drie een eigen oplossing. B. volgde een overvliegende duif.

J. een kat.

En R. Vond met een koukleumende duif hoog boven in een dakgoot. Ze noemde ‘m Simon, maar verliet ‘m na vijf minuten observeren voor twee actievere duiven. Na een korte wandeling besefte ze wat Simon haar te bieden had, ondanks zijn onbeweeglijkheid. Ze besloot ‘m terug te zoeken, vond rust en maakte het wandelavontuur met hem af.

B. kwam zijn overvliegende duif Sylvia later stomtoevallig opnieuw tegen, in een heel andere straat. Ze groetten elkaar, hij vertelde haar over zijn tocht en ze vloog weer weg.

J. had een ongemakkelijke ontmoeting met het Antwerps mevrouwtje dat in het huis van de poes die ze volgde bleek te wonen.

Alle drie hadden ze op hun eigen manier geuren gevolgd, geluiden gezocht, rare houdingen aangenomen en Play-Doh-afdrukken gemaakt. En dat leverde drie unieke ervaringen op.

Eén ding hadden ze wel gemeen. Alledrie waren ze ze behoorlijk bewust geweest van hun gedrag in de openbare ruimte. J. noemde het ‘hangen’ , maar ze voelde een soort raarheid erbij, waardoor ze toch maar de straat overstak toen er een jong gezinnetje langsliep. Zij had Antwerpen daardoor wél op een heel andere manier leren kennen.

B. zei: “Je wordt eigenlijk zelf een soort duif.” En tekende daarbij aan dat het voor een duif wat meer sociaal geaccepteerd is om ogenshijnlijk doelloos rond te scharrelen op straat. Maar juist dat op het oog ‘verwarde-persoon-gedrag’ droeg bij aan de ervaring.

Minder oplossen

B op het ‘meest duivenrijke plein’ van Antwerpen Berchem

Achteraf denk ik dat ik bij de vorige test teveel aan mezelf twijfelde. Ik zag vooral wat níet werkte en ging dat fixen.

Geen duiven? Voer meenemen. Onduidelijke prompt? Meer uitleg. Met als gevolg een waterdichte dwaalwandeling. Wat natuurlijk precies is wat je niet wil.

Deze test hielp me realiseren dat juist wat niet klopte, goed werkte. De ‘onduidelijkheid’ in de prompt dwong deze drie proefpersonen zelf te bedenken wat de bedoeling ongeveer zou kunnen zijn. En doordat ik niet met iedereen meeliep, kon ik niet voortdurend ‘helpen’.

Ik ben met mijn oplossingsgerichte houding dus waarschijnlijk één van de grootste risico’s voor mijn verdwaalwandeling. Heel interessant (en een klein beetje pijnlijk :-))

Verder deze week:

Maandag: eerste werkdag op school. Wat een verandering ten opzichte van de vakantie! Wel redelijk wat kunnen doen (mail lezen!) en gezellig bijgepraat met collega’s.

Dinsdag: lesplanningen ontwikkelen en gesprek met Sandra van Survival Infrastructures. Op 3 oktober geef ik daar een workshop. Uit de drie zine-voorstellen die waren ingestuurd kozen ze het mijne.

Dat was nogal erg leuk om te horen.

Nog leuker was waarom. Niet omdat mijn zines zo mooi zijn, maar omdat ik ze gebruik als gereedschap. Om samen iets vast te leggen. Om informatie te delen. Als archief. En omdat ik de skill zelf overdraag.

Woensdag: na twee dagen weer vol gepland, inkopen doen in een drukke stad, harde deadlines en onverwachte verzoeken bleek ik best overprikkeld. Dus ik neem mij voor: 1) pak mijn rust wanneer dat kan, vanaf nu. En 2) wandelen, wandelen, wandelen, ook om de onrust weg te werken. Het gevolg van dit verse voornemen was dat ik woensdagochtend om half 6 een wandeling maakte.

Donderdag: Op de terugweg van een etentje zag ik deze sticker op straat:

(Ook weer een duif, overigens!)

Ik vond hem interessant, scande de qr code en ontving de nieuwsbrief. Het idee hierachter past bij mijn wandelingen, zines, en mijn voorliefde voor pleasure activism.

Gladys Nilsson

En ergens tussendoor vond ik ook nog de Chicago Imagists. Vooral Gladys Nilssons werk spreekt me aan. Veel lichamen, rare houdingen, felle kleuren, gedoe, humor. En dat alles in aquarelverf!

Vrijdag: ANTWERPEN

Zondag Maakte ik Weekwerk #6 af! Ik oefende parsemage (papier dompelen in een badje water met daarop druipend houtskoolpoeder). Op de aldus ontstane ondergrond tekende ik comicstripjes. Ik vond de verhalen in de parsemagevlekken (een zeemeermin, twee kraaien!).

En: ik ontdekte dat je heel goed met kleurpotlood over houtskool heen kan werken. Het rood, blauw en zelfs het geel blijft prachtig overeind in die zee van zwart.

Weekwerk #6: parsemage x comic x blotto

Het blotto-werkje in de blauwe vlek is de stempelafdruk die R. maakte tijdens haar (ver)dwaaltocht in Antwerpen. Zo komt ook die ervaring terug in dit weekwerk.


Dit is nummer zes in een serie wekelijkse essays over het onderzoek naar mijn artistieke praktijk. Elk essay is voorzien van een beeld dat ik in 7 dagen maakte. Lees deel 5 hier.

Comments

comments