Gedachten
comments 2

Over zwemles-stress en een harde levensles; brief aan mijn jongste dochter.

Lief meisje van me,

Het regende zachtjes, het waaide hard, we waren (altijd te laat, te laat) op weg naar zwemles. Mijn fiets was stuk, de jouwe te hoog. Voor lopen hadden we niet genoeg tijd en voor de tram niet genoeg saldo.
Er zat niets anders op;  we moesten steppen.

“Leuk!” riep je toen we de deur uitstapten, maar één hoek verder herinnerde je je ineens wat je ook alweer van steppen vond.
“Ik vind steppen stom,” zei je.

“Oh echt?” vroeg ik, een half oog op de klok. Twintig voor vier.
Om vier uur begon de les, en eigenlijk moesten we er tien minuten vantevoren zijn.
“Dat is dan heel jammer voor je, lieverd, want we moeten echt steppen naar zwemles.”
“Ja,” begreep jij, “maar ik vind steppen stóm.”

“Geen stress,” dacht ik bij mezelf. “Kalm blijven en de situatie uitleggen.”
Ik vertelde over onze fietsen die stuk waren, of te hoog. Over lege OV-chipknips en dat het zwembad te ver was om te lopen. “En nu hebben we nog tien minuten om bij zwemles te komen, dus kom!” sloot ik enthousiasmerend af, “Stap op je step, dan gaan we!”
Je dacht even na en zei, stellig: “Ik ga niet steppen.”

Oh jee.
Oh nee.
Niet dreigen, nu.
Kalm blijven.

“Wil je naar zwemles?” vroeg ik.
“Ja!” riep je blij.
“Dan moet je toch echt even steppen,” zei ik.
“Ik ga niet steppen.”

Daar stonden we dan, op de hoek van onze eigen straat, in de motregen, muurvast in een klassieke patstelling, met een in de verte een dreigend doortiktikkende klok.
Kwart voor vier.

“Goed,” zei ik, toen jij geen aanstalten tot steppen maakte. “Dan gaan we weer naar huis.”
“Nee!” schreeuwde je – ineens zag je de bui hangen. “Ik wil naar zwemles.”
Ik telde tot tien.
“Dus je wil wél naar zwemles,” vroeg ik, “maar je wil niet steppen?”
“Ja,” zei jij, blij dat ik het eindelijk leek te begrijpen. “Ik vind steppen stom.”

Tien voor vier.
“Als je nu niet gaat steppen,” dreigde ik dan toch maar, “gaan we niet naar zwemles.”
Het was geen loos dreigement; we waren eigenlijk al te laat.

Met een woeste kreet koos je eieren voor je geld; je stapte op je step.
Ik haalde opgelucht adem: als we nu flink door zouden steppen, zouden we maar vijf minuten te laat zijn.

Vijf minuten, drie straathoeken, twee valpartijen en een luide gódver van mij verder gooide ik de handdoek in de ring.
“Stop maar,” onderbrak ik je, middenin je gemekker over waarom je steppen nou precies zo stom vond, “we gaan terug naar huis.”

De hel brak los.
Eerst zetten je het op een luid brullen, en toen dat niet hielp vloog je me aan, met alles wat je had.
“Ik wil naar zwemles!” schreeuwde je.
“Dan moet je steppen,” zei ik.
“Maar ik wil niet steppen!”
“Dan gaan we dus naar huis.”
“Maar ik wil naar zwemles!”
“Dan moet je steppen.”
“Stomme mama!”

Toen de klok vijf minuten later vier uur sloeg, gooide ook jij de handdoek in de ring.
Zwijgend liepen we, ieder naast onze step, terug naar huis.
“Dat is lang geleden, hè,” begon ik, “dat we zó’n ruzie hadden?”
“Ja,” zei jij, manhaftige een paar laatste tranen wegslikkend. “Maar ja. Zo is het leven, toch?”

Kràk, zei mijn moederhart.
Zo hoeft het leven van een zesjarige helemaal niet te zijn, dacht ik. Maar hardop zei ik: “Ja, schat. Zo is het leven soms. Vol stomme ruzies over stomme dingen.”

Vol dilemma’s die onoplosbaar lijken – dacht ik erbij.
Vol zo op het eerste gezicht leuke tochtjes naar het zwembad, die uitdraaien op twee schaafplekken op je knie en een dikke kras in je ziel.

Soms heb ik geen idee hoe ik tot je door kan dringen.
Soms heb jij geen idee hoe je mij kunt bereiken.
Soms staan we schreeuwend tegenover elkaar in de regen, ik met stressvlekken in mijn nek, jij met tranen op je wangen.
Soms is dat de manier waarop wij elkaar moeten leren kennen*.
Soms krijg jij van mijn zwemlesstress een harde levensles.

Maar gelukkig is dat maar soms.
Volgende week gaan we gewoon een half uur eerder weg, afgesproken? Dan hebben we veel meer tijd om elkaar te leren begrijpen. Want één zo’n wijze levensles vind ik wel voldoende, voorlopig.

Dikke kus op je gekraste zieltje,

Mama
 

*) soms gaat dat elkaar-leren-kennen een stuk subtieler. Tijdens het opruimen van een kamer, bijvoorbeeld.
 

 

 

 

 

 

Comments

comments

In categorie: Gedachten

door

Diana van Ewijk is, naast officieel Soephoofd, ook kapitein van het #KliekjesCollectief en social mediamanager in #BlueCity010. Een storyteller met de focus op foodwaste!

2 comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *