Over vriendschap en bazige meiden: brief aan mijn dochter

20140829-072945.jpg

Lief oudste meisje van me,

“Ik wil zo graag dat ze een vriendin heeft waar ze door dik en dun op kan vertrouwen,” verzuchtte ze. Samen keken we naar haar dochter en naar jou; jullie stonden weer eens te bakkeleien in de tuin. De vijfhonderdrieëntachtigste ruzie was het ongeveer.
Waarover? Dat vroegen wij ons voor de vijfhonderdrieëndertgiste keer af.

De eerste vijftig ruzietjes – daar haalden we onze schouders over op.
Jullie waren nog klein, en het hoorde er ook een beetje bij, dat gekibbel.
Toch?

Maar: hoe groter jullie werden, hoe hoger de inzet.
“Als jij niet meedoet met een hut bouwen, dan ben ik jouw vriendin niet meer,” werd afgewisseld met “Als ik nu niet de keizer mag zijn, mag jij niet op mijn feestje komen.” Daarbij gaf jij dan vaak geen centimeter toe, wat weer uitdraaide op mopperen, mekkeren en meppen.

Jullie zijn nog steeds vriendinnen.
Jullie hebben geen feestje van elkaar gemist.
Maar het blijft dansen op de rand van de vulkaan, qua vriendschap.

Vijf jaar, tig opvoedboeken en eindeloze gesprekken met andere moeders later ben ik er een beetje uit. Jij bent graag de baas. Maar daardoor ben je ook vaak bazig, want je wil graag dat de dingen gaan zoals jij je dat voorstelt. En hoe zeer ik je leiderschaps-wil ook bewonder – met die bazigheid heb ik meer moeite.

Want bazig zijn… dat vind ik geen fraaie eigenschap.
Zéker niet, en dit durf ik als net-uit-de-kast-gekomen feminist bijna niet te zeggen: zeker niet voor een meisje. Meisjes zijn lief, meelevend en sociaal. Je mag heus wel wat willen – maar niet ten koste van een ander.
Bazige meiden? Liever niet.
Het moet wél gezellig blijven.

Leer tot tien te tellen.
Leer herkennen wanneer je boos wordt.
Leer begrijpen waaróm je precies boos bent – en hoe je die boosheid omzet in iets positiefs.
Niet klagen, maar vragen.

Even terug naar dat vriendinnetje: die is óók graag de baas.
Zij heeft, net als jij, precies in haar hoofd hoe de dingen zouden moeten gaan.
Háár moeder gooit het over een andere boeg.
“Kijk,” zei zij, als jullie weer eens in de zandbak zaten te mokken, “laat Lena maar zien waarom het zo leuk is wat je hebt bedacht.”

Leer onderhandelen.
Leer de ander enthousiast te krijgen.
Leer hoe je iemand wint voor jouw plan.

Maar ook: leer incasseren.
En leer schipperen.
Want wat doe je als je je zin niet krijgt? Dwingen, dreigen en dreinen werkt maar heel kort.

Dus.
Hoe ben je vrienden als je allebei de baas wil zijn?
Ik denk dat jullie dat vooral sámen moeten uitvogelen.
Ik geloof dat je kindertijd hét moment is om zo’n groots begrip als vriendschap vorm te geven.
Ik hoop bovendien dat jullie van al dat gekibbel, gekrijs en gekijf nú, leren hoe je later leiding geeft zonder de ander, of jezelf, voorbij te lopen. Want dat is en blijft lastig – óók voor volwassenen.

Goed.
Als ik nou leer dat jij wijzer wordt van al die ruzies, dan leer jij hoe je zonder schroom – en vooral: zonder dwingen, dreigen en dreinen, je punt kunt maken.

Deal?

Liefs, mama

Comments

comments

Filed under Brieven

Diana van Ewijk is, naast officieel Soephoofd, ook kapitein van het #KliekjesCollectief en social mediamanager in #BlueCity010. Een storyteller met de focus op foodwaste!

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *