Grote kinderen, grote zorgen. Ofwel: een kritisch kind met een dikke moeder.

IMG_7999.JPG

… ze bedoelt het lief, mijn mini-puber. Ze heeft al sinds haar vijfde commentaar op mijn ‘dikte’.

Ze ziet me het liefst op lompe sloffen, want die passen veel beter bij me dan elegante sandaaltjes – die zijn meer iets voor dúnne moeders.

Natuurlijk is het ook grappig, dit soort opmerkingen. Natuurlijk moet ik er negen van die tien keer om lachen. Maar dat wordt wel minder, nu ze groter wordt.

Vaak vind ik het moeilijk, dat ze dit soort dingen hardop zegt.

Ze zegt het namelijk niet alleen tegen mij, ook tegen andere mensen: volwassenen, kinderen, bekenden en onbekenden.

Natuurlijk corrigeer ik haar:

… ik leg uit dat dat kwetsend is, of als kwetsend kan worden ervaren. En vooral: dat je iets best mag vinden, maar dat je die mening niet altijd hoeft uit te spreken. Dat het negen van die tien keer niet nodig is om hardop te contstateren dat iemand dik is, een rare bril heeft of gekke kleren.

Dat corrigeren heeft overigens vooral tot gevolg dat ze haar observatie anders probeert te brengen: “Ik vind het wel mooi dat je zo’n korte nek hebt, mam. Dat staat goed bij je dikke armen en grote borsten.”
Een compliment en een belediging in één – dat kan zij heel goed.

Moeilijk vind ik het ook, de nadruk die ze legt op dun of dik.

Niet zozeer omdat ze mij waarschijnlijk wanstaltig vindt, maar omdat ik bang ben dat ze, negen jaar oud, al geobsedeerd raakt door slank-zijn.
Dat ze, nu al, zulke strikte opvattingen lijkt te hebben over wat goed is, en wat niet.
Dat ze daarover oordeelt – en dat ze zichzelf daar niet bij spaart.

Want dat vind ik het allermoeilijkst; dat ze zichzelf ook te dik vindt.

Dat ze al bezig is met vergelijken.
Dat ze al sinds haar zevende in de klas met vriendinnetjes kijkt wie de meeste ‘ribbels’ heeft als ze vanuit de heupjes opzij buigen.
Dat ze met zwemles niet in het grote hok durft omdat ze zich schaamt.
Dat ze geen blote armen wil, omdat ze ‘donker haar op haar armen’ heeft.

Schaamte, in een kind van negen…

… en ik heb eigenlijk geen idee hoe ik haar daar bij kan helpen, anders dan het elke keer maar weer benoemen. Benadrukken dat iedereen anders is, en dat dat nu juist zo mooi is.

Misschien neem ik het allemaal wel veel te serieus.

Groeit ze ook hier gewoon overheen, net als over haar onverklaarbare angst voor lava en zombies.
Tot die tijd modder ik maar wat aan, qua pedagogische technieken.
Lees ik een boek hier, en een artikel daar, en probeer ik haar een positief zelfbeeld bij te brengen.

Kleine kinderen, kleine zorgen.

Dat zei mijn moeder toen de mini-puber nog een baby’tje was, en ik klaagde over de gebroken nachten. Ik kon me er niets bij voorstellen, destijds. Ik bedoel: doorslapende kinderen die zichzelf konden aankleden en voeden?
Een paradijs!

Grote kinderen, grote zorgen.

Nu denk ik met weemoed terug aan de tijd dat ze zo klein was, en blind voor de wereld om haar heen, volkomen tevreden met zichzelf. En hoop ik dat haar kan helpen dat gevoel terug te vinden.

 

 

Comments

comments

5 Comments

  1. Herkenbaar. Mijn dochter nu bijna 8 roept al een aantal jaar dat ze een dikke buik heeft. Oke ze vergelijkt met een paar sprietjes (in mijn ogen) en ze heeft de bouw van haar vader en niet dat dunne van mij. Maar dik is ze niet. Over gesproken met de CJG maar die konden er verder ook weinig mee dan wat jij (en ik ook) al doen.

    • Dat is het, he, Marijke: meer dan coachen kun je niet doen. Ze moeten het echt zelf, op eigen kracht, ontdekken. Zelf vallen, en dan maar hopen dat ik mag helpen met weer opstaan :-) Wat doe jij, ua coaching?

  2. Ach…die negenjarigen…die lieverds die je doen smelten en vervolgens kippenvel bezorgen. Volgens mij gaat ’t nu beginnen, het grote opvoeden. En dat is voor ons moeders idd heuse ontdekkingstocht. Fijn dat ze af en toe een veilig plekje zoeken en dan is neem ik het maar als compliment dat ik zo lekker warm en zacht ben :)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *