Columns, Gedachten
Reageer

Hoop doet, soms tegen de klippen op, leven

beeld: Sjoerd de Vos

Heel lang heb ik gedacht: als je maar je best doet, dan komt het vanzelf goed. Vertrouwen had ik. In de wereld, in de goedheid van de mens, in mijn eigen kracht om mensen te helpen de stap naar een duurzamer leven te zetten. Dat vertrouwen hield me, soms tegen de klippen van behoorlijk ontregelende levenszaken, gaande. Eind juni dreigde ik dat vertrouwen te verliezen. 

Het begon met de heropening van de maatschappij. De koopgoot stroomde vol. Er stond een rij voor de Primark en dranghekken voor de Action. Er was een run op vliegtickets naar warmere landen. De eindbaas van Nederland, zijn broekspijpen nét opgedroogd na een werkbezoek aan Limburg, onderstreepte dat het klimaatbeleid vooral ‘haalbaar en betaalbaar’ moest blijven. Zomergast Roxane van Iperen gaf me met haar pleidooi tegen consumentenactivisme bijna het beslissende duwtje de diepte in: “Meid,” hoorde ik tussen de fragmenten door, “je hebt je gewoon voor het karretje van het grootkapitaal laten spannen.”

De moed zonk me in de schoenen. Terwijl ik bezig was anderen te overtuigen van het nut van lokaal eten, plastic rapen en consuminderen, draaiden de multinationals gewoon door. De verschijning van het IPCC-rapport deed daar nog een schepje bovenop. De aarde is 1,1 graad opgewarmd, overal ter wereld zijn de gevolgen daarvan merkbaar en de oorzaak is de mens, zo vatte Rolf Schuttenhelm het op De Correspondent bondig samen. Als we zo doorgaan, blijft de planeet wel bestaan, maar wij niet.

En toch, geen idee hóe, gloort er weer licht aan het eind van de tunnel. Ik verloor weliswaar mijn optimisme, maar hervond iets belangrijkers: hoop. Tegen de achtergrond van een brandend Griekenland vol Nederlandse toeristen, afgeladen winkels en straten bezaaid met flitsbezorgers zag ik een beeld van een samenleving waar ik wél in zou willen leven. En dat is essentieel. “Somber zijn over de huidige situatie en hoop koesteren voor de toekomst zijn twee kanten van dezelfde medaille,” stelt Terry Eagleton in Hope without Optimism. Het koesteren van een toekomstbeeld geeft hoop veranderkracht.

Ik vecht niet tegen gemakzucht, het grootkapitaal dat ons met slinkse marketingtrucjes het vliegtuig en de koopgoot injaagt of de ondoorgrondelijk complexe, geglobaliseerde economie; ik vecht vóór een prettig leefbare planeet. En de deadline is helder: willen we dat de temperatuur niet nog verder stijgt – lees: dat het leven inderdaad redelijk prettig blijft – dan móét de uitstoot van broeikasgassen voor 2030 zijn gehalveerd. Nog negen jaar, mensen.

Doe je mee? Om die halvering te realiseren, moeten we samen het vervuilende systeem veranderen: beleidsmakers moeten de regie pakken en vergaande klimaatmaatregelen treffen, bedrijven moeten kappen met dat kortzichtige winstbejag en die focus op oneindige groei, en ook wij, burgers, moeten aan de bak. Minder spullen kopen, plantaardig(er) eten en stoppen met vliegen – het voelt misschien als druppels op een gloeiende plaat, maar in dit scenario heeft elke druppel nut.

Ik heb er zin in. Het is het staartje van de zomervakantie, maandag stap ik terug in de ratrace die het randstedelijke leven als werkende moeder heet. Maar nu zit ik nog achter de zeer ambitieuze stokrozen van Nieuw Wongema, een voormalig dorpscafé in de kop van Groningen, uit te kijken op een driesprong waar niets gebeurt. Ik heb hoop. En hoop doet leven.

Beeld: Sjoerd de Vos

Wil je meer lezen? 

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *