De dag vóór de dag

Photo 18-10-14 14 43 12

Woensdag, 20:02 uur.

Ik zit in de knusse woonkamer van een mij tot voor kort onbekend huisje in Nijmegen. We hebben een weekje huizengeruild, en morgen komen de mensen die hier normaalgesproken wonen weer thuis.

Morgen is toevallig óók de dag waarop ik ga live bloggen over de Dutch Design Week, in het Bloggerscafé*. Toen ik hoorde dat ik mee mocht doen, dacht ik nog dat Eindhoven en Nijmegen een soort buursteden waren die maximaal een half uur treinen van elkaar verwijderd waren.
Dat zou dus een makkie worden, qua organisatie.

De realiteit is iets minder rooskleurig.

Van ons ruilhuis naar het bloggerscafé ben ik minimaal twee uur onderweg.
En ik moet er om half 10 zijn.
Als ik dan nog rekening houd met de onvermijdelijke vertraging, dan moet ik om kwart over 7 het huis uit. Dus dan moet ik de kinderen om kwart voor 7 aangekleed, gevoed en gepoetst hebben. De honden moeten uitgelaten zijn, en het huis brandschoon én opgeruimd. Het speelgoed, de pyama’s, alle sokken, 16 onderbroeken, Furby, 8 leggings en 372 haar-elastiekjes moeten weer netjes in de koffer zitten, die beneden in de hal klaar moet staan voor vertrek.

Gelukkig draai ik na ruim 8 jaar moederschap mijn hand niet meer om voor zo’n klus.

Met vooruitziende blik heb ik de kinderen extra vroeg op bed gelegd, zodat ik de hele avond ongestoord kan inpakken en opruimen.

Geen overbodige luxe, blijkt: ik doe ruim twee uur over het verzamelen van alle Schleich-elfen, Donald Duck-pockets en kwartetkaarten. Ik maak de badkamer schoon, laad de afwasmachine in (en 55 minuten later weer uit) en hang de kinderrugzakjes alvast klaar voor vertrek. Ik sluip de slaapkamer van mijn kinderen in, jat hun knuffels uit hun bedjes en stop ze alvast in mijn koffer.

Alles is nu ingepakt – tandenpoetsen doen ze thuis maar weer.

Vervolgens maak ik een lijst voor mijn vader: hij haalt de kinderen hier morgenochtend op, zodat ik om kwart over zeven de deur uit kan. Dan haal ik ze om 9 uur en 3 kwartier later weer bij hem op, waarna we terugsporen naar Rotterdam. Een ambitieus plan, maar als ik alles goed regel, moet het lukken.

Woensdag, 22:13 uur.

Omdat ik vroeg op moet, stop ik mijn fietssleutels in mijn hoed, zodat ik ze morgenochtend niet hoef te zoeken.

Ook maak ik de WC nog even schoon en dek de tafel alvast voor de volgende ochtend. Dan roep ik de honden voor een laatste avondwandelingetje.
Ze weigeren. De regen slaat tegen de ramen, dus heel erg vind ik het niet. Dat zal wel goedkomen, toch? Ik heb ze om acht uur ook nog uitgelaten. Ik geef ze vers water en een laatste aai over hun bol en zet de wekker op half zes, zodat ik ruim de tijd heb.

Woensdag, 23:59 uur.

Ik doe het licht uit.
Alles is geregeld en toch droom ik rusteloze dromen over vergeten lievelingsknuffels, voor mijn neus vertrekkende treinen en regenjasloze kinderen met knorrige opa’s in onverwachte stortbuien.

Donderdag, 05:24 uur – zes minuten vóór de wekker gaat.

De achtjarige staat opgewekt, aangekleed en nog net niet zingend naast mijn bed. Met de mededeling dat zij al sinds vier uur wakker is. En dat de hond in de badkamer heeft geplast. En gepoept. Op mijn grom antwoordt ze: “Oh, slààp je nog?”

Tussen 05:24 en 07:03 raap ik drollen, veeg ik plassen op, schrob ik de badkamer, smeer ik boterhammen en probeer ik twee opgetogen honden en één hyper kind zàchtjes te laten doen opdat in ieder geval de zesjarige in bed blijft tot opa er is.

Donderdag, 06:44 uur.

Ik zet mijn hoed op en leg de sleutels zolang op de rand van de wasbak.
Ik kijk in de spiegel en feliciteer mezelf (voorbarig, zo zal snel blijken) met mijn goedgeorganiseerde aanpak die zelfs door een wildpoepende hond niet wordt verstoord.

Donderdag, 06:45 uur.

Daar gaat de bel. Opa aan de deur.
Ik geef hem een kop koffie en de lijst die ik gisteren opstelde, sus de achtjarige die nú direct met opa de honden uit wil laten, aai de honden die nóg een vreemde in huis niet zo heel fijn lijken te vinden en blijf zelf redelijk kalm.

Donderdag, 07:13 uur.

Ik ga de deur uit. Maar waar zijn mijn sleutels?
Ik voel in mijn zakken. Niets.
Ik doorzoek de tuin bij het schijnsel van mijn telefoon. Niets.
Ik pak de koffer uit en check alle zakken van ieder kledingstuk dat er in zit. Niets.

Ik zoek me, kortom, drie kwartier lang het leplazarus.

Opa en de achtjarige gaan godzijdank de honden uitlaten zodat ik ongestoord kan vloeken, tieren en brullen.

Tijdens de zoektocht, die begint op mijn hoofd, onder mijn hoedje, en die me langs alle uithoeken van het huis voert, wordt de zesjarige wakker.

Zij besluit mee te zoeken en trekt daarbij alle gangkasten leeg. “In de schoenen liggen ze ook niet, mam,” zegt ze lief. “Mag ik dan nu een boterham?”
Op mijn “Nu even niet, éérst die sleutels vinden.” zet zij het op een luidruchtig jengelen.
Natuurlijk. Dat kan er ook nog wel bij.

Donderdag, 07:53 uur.

De sleutels zijn echt kwijt.
Ik kan ook nooit eens iets zomaar goed doen. Wat een sukkel ben ik, dat ik nu echt werkelijk dacht dat ik zo’n achterlijk plan tot een goed einde zou brengen. Wat een enorm gr… Nou ja.
Ik stap de badkamer in om mijn inmiddels oververhitte hoofd onder de kraan te hangen.

Verrek.
Daar liggen die stinksleutels, gewoon op de rand van de wasbak.

Vijf minuten later komen opa en de achtjarige terug.

Donderdag, 07:59 uur.

Ik stap de deur uit en trek ‘m stevig achter me dicht.
Laat de echte dag nu maar beginnen.

Eindhoven, here I come.

 

*) Geen zorgen, het is nog goed gekomen met dat bloggen. Lees hier het verslag van mijn live-bloggersdag op de Dutch Design Week (met Marlous en Saskia).

Comments

comments

7 Comments

  1. Mijn lieve nicht…de rustheid zelve en mega-georganiseerd! *rolt over de grond van het lachen wegens herkenbare situaties*

  2. Schitterend verhaal en jammer genoeg héél herkenbaar! Jammer dat ik je dè dag zelf niet even gesproken heb in het Bloggerscafé. Fijne avond, Dina

    • Dat is inderdaad jammer, Dina :-)) *dat het herkenbaar is, bedoel ik* ALhoewel het ook wel weer behoorlijk relativerend is dat ook andere ouders niet zo vlekkeloos begonnen zijn als ze eruit zien. Verder inderdaad jammer dat ik je niet gesproken heb in het Bloggerscafe! Volgende keer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *